Weet jij hoe de Veluwe is ontstaan?

Als u denkt aan de Veluwe, dan denkt u waarschijnlijk aan de mooie bossen, heidevelden en zandverstuivingen, oftewel: aan de natuur. Maar hoe is deze natuur eigenlijk ontstaan? Hieronder leest u er alles over.

De voorlaatste ijstijd (Saalien)

Het verhaal van de Veluwe begint zo’n 160 duizend jaar geleden, in de voorlaatste ijstijd, ook wel het Saalien genoemd. Het landijs kroop toen zo ver naar het zuiden dat het de helft van Nederland bedekte. Ten noorden van de lijn Haarlem – Utrecht – Nijmegen was de wereld wit. Deze grens vormde geen rechte lijn. Meerdere ijstongen staken uit naar het zuiden. Hun gewicht was zo groot dat ze de bodem waarop ze lagen naar de randen wegduwden en zo de stuwwallen opwierpen die nu het skelet van de Veluwe vormen: de zuidelijke, oostelijke en noordwestelijke heuvelruggen. De Veluwe is, samen met de Utrechtse en Nijmeegse Heuvelrug, het meest intacte stuwwallenlandschap van Europa. Vergelijkbare gebieden vind je ook in Noord-Duitsland, Polen en verder oostelijk, maar daar zijn de heuvelruggen uit het Saalien allemaal weer overgebulldozerd door het landijs uit de laatste ijstijd. Dat ijs heeft Nederland niet bereikt en daarom zijn de Nederlandse stuwwallen zo gaaf gebleven.

Het Veluwemassief wordt letterlijk een eiland in een zee van veen- en riviermoerassen. Dit is het landschap dat de vroege bewoners aantroffen en zijn gaan bebouwen. Ze kozen er in eerste instantie de hoge en droge plekken uit om te wonen en meden het laagland.

Ontstaan bos

De laatste ijstijd is het Weichselien en deze komt ten einde zo’n 11.000 jaar geleden. Nederland wordt warmer en vochtiger. Weelderige bossen groeien op het land. Doordat de zee grote delen van het laagland bedekt en hierbij zeeklei afzet, ontstaan er zo’n 10.000 jaar geleden grote moerasbossen. Aan de zuid- en oostrand, waar de Rijn en IJssel stromen, wordt rivierklei afgezet, maar ook hier ontstaan moerassen waar lokaal veen ontwikkelt. Het Veluwemassief wordt letterlijk een eiland in een zee van veen- en riviermoerassen. Dit is het landschap dat de vroege bewoners aantroffen en zijn gaan bebouwen. Ze kozen er in eerste instantie de hoge en droge plekken uit om te wonen en meden het laagland.

Woenstijnlandschap

Later zorgde de akkerbouw en steeds intensievere schapenhouderij ervoor dat het bos verdween. Heide kwam ervoor in de plaats. Op de leemgronden van de stuwwallen was de heide behoorlijk robuust, maar op de droge zandgronden zorgde verdere overbegrazing ervoor dat het zand vrij spel kreeg en de heide overstoof. Een woestijnlandschap ontstond zoals je het nu nog aantreft op het Kootwijkerzand of het Beekhuizerzand. Deze stuifzandgebieden waren eerst enorm, maar nu zijn het nog slechts snippers van de oorspronkelijke Nederlandse Sahara. Dit komt door de aangeplante dennenbomen die werden geplant om de verwoestijning tegen te gaan.

Al deze gebeurtenissen hebben ervoor gezorgd dat de Veluwe er nu zo uit ziet.